Archief voor juni 2009 | Maandelijkse archief pagina

Kernenergie voor iedereen

CME_EIT_C2_2002

Alle – nou vooruit: bijna alle – energie op aarde is kernenergie. De centrale staat  ongeveer 150 miljoen km ver weg. Dat is maar goed ook want kernenergie is heel schadelijk voor levende wezens (zoals wij) op kortere afstand. Zelfs op deze enorme afstand moet je nog ontzettend oppassen niet te lang aan de straling blootgesteld te worden.

Met alleen het opwekken van energie kom je niet ver. De opgewekte energie moet omgezet worden in arbeid: je moet er iets mee gaan doen. Die arbeid moet ook de juiste plaats gebeuren, precies daar waar je hem nodig hebt. Energie moet dus getransporteerd worden en omgezet worden in arbeid, zoals bijvoorbeeld het verlichten van een ruimte, maken van geluid, vormen van suikers uit water en koolzuurgas, stansen van een stuk staal of het ophijsen van een lift.

Met de zon als GRATIS energiebron hebben we dat stuk van onze energiebehoefte (RUIM) gedekt. Nu nog de energie in de juiste vorm brengen en naar de juiste plaats.

Voor en heel groot deel wordt het transport opgelost doordat de zon elke dag de hele aarde bereikt door de rotatie van de aarde om zijn eigen as en de baan rond de zon. Bovendien zorgen de aarde zelf, het water en de atmosfeer voor opslag en verspreiding van die energie die de zon 24 uur per dag over ons uitstort. Het is daarom relatief eenvoudig op lokatie te voorzien in de energiebehoefte die ter plekke bestaat. Netwerken voor energiedragers kunnen dit natuurlijke systeem ondersteunen maar zijn strikt genomen niet onontbeerlijk.

Rest ons de energie te oogsten en om te zetten in een vorm waar we wat aan hebben. Energie voor verwarming van de plekken waar wij wonen is heel eenvoudig. Er zijn diverse technieken die al eeuwenlang zeer succesvol worden toegepast. Opvangen van zonlicht, opslaan in massieve materialen als aarde, steen en water. Deze thermische massa koelt de ruimte als de zon schijnt door de energie op te slaan en ’s nachts wordt de ruimte verwarmd doordat de opgeslagen energie weer aan de lucht wordt afgegeven.

Verlichting van de ruimte vraagt om een soortgelijke oplossing. Deels bedient het warmteopvangsysteem ook de behoefte aan zichtbaar licht. Door licht toe telaten op onze leef- en werkplekken verzamelen we zowel daglicht als warmte-energie. De simpelste oplossing is natuurlijk de activiteiten aan te passen aan het natuurlijke dag/nachtritme, maar soms wil je ook overdag op een beschaduwd plekje meer licht hebben, dus een goede manier om licht te kunnen opvangen en te brengen naar donkere plekken is altijd handig. Elektriciteit is een goede tussenvorm, maar je kunt licht ook opslaan in chemische vorm en dan later weer omzetten naar zichtbaar licht. Microorganismen kennen dat kunstje al heel lang. Groene planten hebben zo hun eigen methodes om lichtenergie om te zetten in chemische energie. Deze chemische energie kan door ons weer omgezet worden in licht (en warmte), beter bekend bij mensen als: vuur. Als de lichtenergie in elektrische energie is omgezet zijn er diverse methoden om daar weer licht van te maken, zoals het laten gloeien van een draadje (waarbij veel energie vrijkomt als onzichtbare warmte), gasontlading of oplichtende halfgeleiders (LED).

Andere arbeidbehoeften hebben vergelijkbare oplossingen.